‘’Flexwerkers verdienen meer dan vaste krachten’’

Velen zullen dit een opmerkelijke stelling vinden. Maar ik durf zelfs te stellen dat flexwerkers letterlijk meer verdienen dan vaste krachten. Dat gebeurt ook al. Dan moeten we wel kijken naar een bepaald soort flexwerker, namelijk de interimmer.

Interimmers

Interimmers zijn losse krachten die worden ingehuurd om een tijdelijk probleem op te lossen en werkzaamheden te vervullen die anderen niet kunnen. Ze worden daar over het algemeen zo’n 30 tot 50% beter voor betaald dan de vaste krachten. De opdrachten vullen elkaar vaak niet naadloos aan wat leidt tot onzekerheid voor de interimmer en die wil daarvoor gecompenseerd worden. Logisch toch?

Arbeidsmigranten

Hoe anders is dat voor de arbeidsmigranten? Ook zij worden ingehuurd om tijdelijke problemen op te lossen. Vaak niet omdat inwoners van ons land dat niet kunnen, maar omdat ‘we’ dat niet willen. Ze worden gelijk beloond als de vaste medewerkers, dat is in een CAO geregeld, al zitten ze wel vaak in de laagste schalen en vaste medewerkers niet. Het verschil zit verder in de secundaire arbeidsvoorwaarden, die zijn vaak slechter dan voor de vaste medewerkers.

Wat overeenkomt met de interimmers is dat het werk zeer tijdelijk is. Tot op dit moment weet een deel van de arbeidsmigranten niet of ze morgen weer aan het werk kunnen (de WAB brengt daar verandering in). Je zou dan ook verwachten dat deze werknemers meer verdienen dan de medewerkers met een vast contract. Maar dat is niet zo. Hoe komt dat?

Competitive-forces model

Het vijf krachten model van Porter geeft inzicht. Wikipedia zegt over deze theorie: Het vijfkrachtenmodel (competitive-forces model) is een model ontwikkeld door Michael Porter. Het model heeft als doel het winstpotentieel van een markt, oftewel bedrijfstak, te bepalen. In elke bedrijfstak wordt, volgens Porter, dit potentieel beïnvloed door vijf factoren die hij ‘krachten’ noemt. De gezamenlijke kracht van deze vijf krachten bepaalt het uiteindelijke winstpotentieel van de bedrijfstak. De krachten en daarmee de kans op winsten lopen per bedrijfstak sterk uiteen.

Vertaling naar de Flexmarkt

Het model geeft ook inzicht in de concurrentiekracht van medewerkers. Porter kijkt, vertaald naar de flexmarkt, naar de volgende (zes) krachten:

  1. De kracht van de flexwerker
  2. De bedreiging van toetreders op de markt
  3. De concurrentie intensiteit
  4. De kracht van de inleners
  5. De kracht van de uitzendbureaus
  6. De bedreiging van de substituten

In het kader van mijn verhaal kijk ik naar kracht 1: de kracht van de flexwerker, en 4: de kracht van de inlener.

Theorie vs. werkelijkheid

De theorie is dat hoe sterker een kracht is, hoe meer macht ze hebben en dat kunnen vertalen naar hogere tarieven. Bij een analyse van een (flex-)bedrijf breng ik de krachten altijd samen met mijn opdrachtgever in beeld. Als er meer leveranciers (lees: uitzendkrachten) zijn, kan het bedrijf (de inlener) bij eventuele dreigingen overstappen naar een andere leverancier (uitzendkrachten). Veel bedrijven zullen er dan ook voor zorgen dat de inlener meer macht heeft en de uitzendkracht niet snel zal dreigen.

En dat is nu precies wat er aan de hand is. Ondanks dat er een tekort aan uitzendkrachten is in veel branches, weet de uitzendkracht geen vuist te maken. En dat is jammer. Als de uitzendkrachten 30% (!) duurder zouden zijn, zou dit leiden tot een verhoging van de totale kosten van een product met vaak maar enkele procenten. De concurrentiekracht van Nederland zou er nauwelijks onder leiden. Het in- en omverpakken of bewerken zou in veel gevallen niet op een andere plek kunnen gebeuren, dus de arbeid zou niet afnemen in Nederland is mijn stelling.

Dan nog de kracht van de inlener. Er is in veel sectoren moeilijk aan (uitzend-)krachten te komen. Er is dus sprake van een ‘verkopersmarkt’ (lees: de uitzendkrachten hebben het voor het zeggen).

Conclusie

Beide krachten zouden ertoe moeten leiden dat de lonen van uitzendkrachten omhoog gaan. En dat doen ze ook wel een beetje. Maar lang niet zo sterk als dat voor interimmers geldt. Uitzendkrachten weten hun kracht niet te gelde te maken. Vakbonden weten ook geen vuist te maken. Jammer, want ik denk dat er alleen maar verliezers zijn.

Flexwerkers verdienen meer dan vaste krachten. Maar vooralsnog geldt dat voor maar één soort uitzendkracht. Iets om over na te denken.

Michel Matthijsse, organisatieadviseur en dealmaker in de Flexmarkt.

Geen reactie's

Geef een reactie